Men had geleerd van het verleden, klanten willen zelf kunnen opnemen. Daarom kwam men na de cdr met een dvdr. Men had ook gezien dat de royalty’s inkomsten van de cdr behoorlijk hoog waren, dus wilde iedereen graag mee profiteren. Het verschil was geboren, en de wedloop ook.

DVD-R en DVD+R. Wat is het verschil
Het zijn beide lege dvd’s die opneembaar zijn dus geschikt om zelf op te branden, ze zijn beide 12 centimeter doorsnee daar zit het verschil niet in. Het is puur een protocol verschil en een manier van produceren.

De eerste die met een opneembare dvd kwam was Pioneer die het min R format introduceerde. Een paar jaar later kwam Philips met het plus format. Het lijkt een beetje op een gevecht zoals we dat destijds ook bij video 2000, betamax & vhs zagen met het verschil dat ze er nu gelijk uitzien en in elke speler past, of het werkt is een tweede.

Tussen de lege dvdr’s lijken op het eerste gezicht geen verschil te zitten, maar dat is uiterlijke schijn. Als je een dvd-r bekijkt ziet je ongeveer 3,5 cm van de binnenkant af gemeten een kleine ring ter dikte van een haar. Deze ring is niets anders dan dat er een stukje van de dvdr al beschreven is (pre write), er is dus al een stukje informatie op de schijf gebrand. Deze pre write is er niet bij dvd+r, en daar zit nu juist een belangrijke rede van het andere formaat.

Ombouwen van cdr machines naar dvdr
Philips die voorzag dat de cd-r markt zal gaan afnemen en wilde graag hun dure machines die nu cdr’s maakten ombouwen naar dvdr’s. Echter de pre write kennen we niet bij een cdr en de machines daarvoor aanpassen is kostbaar. Vandaar dat Philips met een systeem kwam waar niet de machine de pre write maakt maar de brander van de klant. En daar was het dvd+r formaat geboren. Dat ook de brander dit moet aankunnen is logies dus niet elke brander was destijds geschikt voor beide systemen.

Compatibiliteit
De schijf mag er dan hetzelfde uitzien echter voor afspeel apparatuur is het niet, een software aanpassing moest gemaakt worden in de dvd spelers om beide formaten te kunnen afspelen. Dat lijkt simpel, en dat is het ook maar zo lag het niet.

De fabrikanten hadden allemaal een kant gekozen (en waarschijnlijk voor betaald gekregen), het min of het plus formaat. Zo stond Panasonic, Toshiba, Apple, Hitachi, NEC, Samsung en Sharp aan de min kant en wilde hun speler’s niet aanpassen aan het plus formaat. Philips, Sony, HP en Dell deden hetzelfde en wilde het min r formaat niet ondersteunen. Het gevolg was dat de consument een merk speler kocht die één van beide niet wilde spelen.

Gelukkig waren de fabrikanten in het verre oosten slimmer en maakte hun spelers compatibele met beide formaten. Het gevolg was dat de goedkope spelers die je in een supermarkt voor een appel en een ei verkocht werden alles afspeelde en je dure merk speler lastig deed.

Als klant zit je niet te wachten op wat je speler wel en niet wil spelen en al helemaal niet met de strijd hier achter. Het succes van de kloon spelers was geboren. De verkoop van de merk spelers liep terug en ze moesten wel de strijdbijl begraven om te voorkomen dat de eindgebruiker hun spelers bleven boycotten.

Branders
Ook de branders waren verschillend, de eerste branders konden alleen dvd+r of dvd-r aan. Als klant moest je goed kijken wat je kocht want de kans dat het niet werkt was groot. Nec kwam met een brander de 1300a die beide formaten aankon, helaas zoals altijd waren ze erg duur en niet super qua kwaliteit. Vele oude rotten onder u kennen waarschijnlijk nog wel de ellende van schijven die niet wilde branden in die 1300a. Met firmware updates werd wel wat opgelost maar het bleef een rampenbak in mijn ogen.

Ook Pioneer kwam met een ± brander de dvr-106, daar zagen we dat -r beter werkte dan +r. Ook dit werd met firmware updates beter. Inmiddels zijn we niet anders meer gewend, elke brander vreet alles. Kwaliteit verschil is er overigens nog steeds per merk brander en per schijf. Zo is Pioneer in mijn ogen nog steeds slecht in het branden van cdr’s groter dan 80 minuten maar wel erg goed in dvd±r.

DVD-R
De snelheid was bij introductie 1 speed toen Pioneer het op de markt zette, de schijven kosten overigens een vermogen. Het getal 1 speed is echter een raar getal. Bij een cd is het makkelijk, 80 minuten duurt 80 minuten om te branden bij 1 speed. Het branden van een dvd kost echter 55 minuten en niet 120 minuten wat er aan video op kan.

Men voorzag toen al dat 55 minuten nogal lang was om te branden en verzon iets om op 2 speed te branden. Men kwam met een licentie verhaal voor fabrikanten die 2 speed op de markt wilde brengen. Als je rechten betaalde aan Pioneer dan werd je medicode vrijgegeven in de firmware van de brander en kon je op 2 speed branden. De tijdwinst was behoorlijk,je was nu klaar in 30 minuten.

En daar begonnen de problemen, er waren immers fabrikanten die wel op 2 speed wilde branden maar geen rechten wilde betalen. Pinco vervalste de mediacode van TDK en werkte zo via een omweg op 2 speed. Inmiddels is er aan de mediacodes niet veel houvast meer, alles wordt door elkaar heen gebruikt. Ook de licentie van 2 speed verdween uit de branders van Pioneer, in een nieuwe brander gaat een 2 speed dvdr gewoon op 1 speed branden.

DVD+R
Bij de introductie wilde Philips sneller zijn dan het min kamp dat inmiddels op 2 speed aangeland waren. Daarom bedacht men 2.4 speed, het lijkt niet veel sneller maar we praten over een tijdwinst van 6 minuten en dat is toch behoorlijk. Later liepen beide kampen weer gelijk op toen de 4 speed kwam, die opgevolgd werd door 8 speed, 16 speed en nu zelfs 18 en 20 speed. Echter de tijdwinst is minimaal geworden.

Wat is de tijdwinst met het snelle branden:
Het lijkt allemaal leuk die snelheid echter veel tijd haalt het niet uit. Omdat een dvd van de binnenkant naar de buitenkant word gebrand moet deze in het begin sneller draaien om de data te kunnen branden. Je moet immers meer malen rondt om dezelfde hoeveelheid data kwijt te kunnen. Vergelijk het maar met een wc rol die als hij vol is niet op lijkt te kunnen. Aan de binnenkant van de schijf kan de snelheid van draaien niet gehaald worden om op 18 speed te branden.

De schijf zou zo hard moeten draaien dat hij zou kunnen breken. Vandaar dat een brander op een lage snelheid begint, meestal 4 of 6 speed. Pas op de helft van de dvd worden snelheden gehaald van 12 speed, er is dus pas tijdwinst te behalen na 50% en dus minimaal! Van 1 naar 2 speed en van 2 naar 4 speed dat zette zode aan de dijk, daarna was de winst niet zo groot meer en is het puur marketing.

Voor goedkope opneembare dvd’s
Snel en goedkope verzending (vanaf eur 2,95) kijk hier